OP ZOEK NAAR EEN OPLEIDING OF TRAINING?

SOORT
  • SOORT
  • Opleiding
  • Training
  • Avondtraining
TYPE
  • TYPE
  • Herexamen Initiator Techniek
  • Voorbereiding Herexamen Initiator Didactiek
  • Voorbereiding Herexamen Initiator Techniek
  • Herexamen Skileraar Techniek
  • Herexamen Skileraar Didactiek
  • Herexamen Instructeur Didactiek
  • Herexamen Instructeur Techniek
  • Herexamen Instructeur Theorie
  • Herexamen Skileraar Theorie
  • Voorbereiding skileraar - examen focus
  • Toelatingsproef
  • Herexamen Initiator Theorie
  • Initiator
  • Instructeur
  • Skileraar
  • Trainer
  • Algemene Techniek
  • Voorb. toelatingsproef
  • Voorbereiding initiator
  • Voorbereiding instructeur
  • Voorbereiding skileraar
  • Slalom
  • Reuzenslalom
  • Bulten
  • Telemark
  • Slalom - Avond
  • Bulten - Avond
  • Algemene Techniek - Avond
  • Jeugdtraining
  • Voorbereiding Herexamen Initiator
  • Herexamen Initiator Didactiek
  • Sneeuw en Lawinekunde
PERIODE
  • PERIODE
  • Voor Hefstverlof
  • Herfstverlof
  • Tussen Herfstverlof en Kerstweek
  • Kerstweek
  • Tussen Nieuwjaar en Paasverlof
  • Paasverlof week 2
  • Na Paasverlof
GEBIED
  • GEBIED
  • Hintertux
  • Livigno
  • Terneuzen
  • Rucphen
  • Landgraaf
  • Stubai
  • Anderlecht
  • Leuven
  • Genk
  • Aspen Wilrijk

Opleidingen

BELGIAN FEDERATION OF SNOWSPORT INSTRUCTORS

  • Het parcours
  • Toelatingsproef
  • Opleiding initiator
  • Opleiding instructeur
  • Opleiding skileraar
  • Opleiding trainer
  • Theorie
  • Herexamens
  • Algemene voorwaarden
​​HET PARCOURS

​Goede skiërs opleiden tot vakbekwame skileraars is de kerntaak van BFSI. De normen opgesteld door de IVSI/IFSI (International Federation of Snowsport Instructors) vormen de rode draad die doorheen onze cursussen loopt.

STAP 1: TOELATINGSPROEF
Om deel te kunnen nemen aan de opleiding niveau initiator moet vooreerst een toelatingsproef worden afgelegd. De toelatingsproeven worden zowel in binnen- als buitenland georganiseerd.

STAP 2: OPLEIDING INITIATOR
Het eerste deel van de opleiding tot skileraar behelst het niveau initiator. Hierbij worden de eerste stappen van het skiën tot en met basisparallel aangeleerd. Deze opleiding wordt zowel in binnen- als buitenland georganiseerd. De opleiding bestaat uit drie grote onderdelen: didactiek, techniek en theorie.

STAP 3: OPLEIDING INSTRUCTEUR
Het tweede deel van de opleiding tot skileraar behelst het niveau instructeur. Hierbij worden de verschillende parallelbochten nader bekeken. Deze opleiding wordt enkel in het buitenland georganiseerd. De opleiding bestaat uit drie grote onderdelen: didactiek, techniek en theorie.

STAP 4: OPLEIDING SKILERAAR
Het derde onderdeel van de opleiding behelst het niveau skileraar. Naast een verdere uitdieping van de parallelbochten, worden tevens buitenpiste skiën, carven en bultenskiën aangebracht. Deze opleiding wordt enkel in het buitenland georganiseerd. De opleiding bestaat uit drie grote onderdelen: didactiek, techniek en theorie.

STAP 5: OPLEIDING TRAINER
Het laatste onderdeel van de opleiding behelst het niveau trainer. Hier ligt de focus op wedstrijdtechnieken, nl. speciale slalom en reuzenslalom. Deze opleiding wordt enkel in het buitenland georganiseerd. De opleiding bestaat uit twee grote onderdelen: techniek en theorie.

STAP 6: OPLEIDING TOT DOCENT
​Diegene die met succes het onderdeel skileraar hebben afgewerkt, kunnen door de opleidingscommissie worden uitgenodigd om een stage tot docent af te leggen.

DE TOELATINGSPROEF

Voor de toelatingsproeven zijn geen voorinschrijvingen nodig.

Het is wel raadzaam om je nu al op de site te registreren om de afhandeling van je behaalde resultaat later sneller te kunnen verwerken.

Je moet minstens 15 jaar zijn bij aanvang van de proef.

De kandidaten dienen zich een half uur voor het aanvangsuur aan te melden bij de BFSI-verantwoordelijke.

Je wordt getest op volgende onderdelen:
  • ​afdalen met kleine parallelbochten (wedelen)
  • afdalen met grote parallelbochten

Om te slagen moet je op beide onderdelen gezamenlijk minstens 50% behalen.
Indien men slaagt bekomt men een getuigschrift. Dit getuigschrift is onbeperkt in tijd geldig.

De kostprijs bedraagt 10 EURO.

De skibaan wordt apart betaald via de BFSI-verantwoordelijke ter plaatse.

Vrijstelling tot toelatingsproef.  Je dient geen toelatingsproef af te leggen indien je in bezit bent van:

  • “ chamois d’argent “ van max. twee jaar oud
  • “ fléche vermeil “ van max. twee jaar oud
  • een getuigschrift geslaagd in de technische toelatingsproef VTS (kopie van het brevet dient te worden voorgelegd bij inshrijving)

Je kan je ook voorbereiden op de toelatingsproef. Hiervoor heb je twee mogelijkheden:
  • je volgt een training van 2 uur vooraf.  Zie hiervoor bij trainingen, voorbereiding toelatingsproef.
  • je volgt een training van 5 u vooraf.  Zie hiervoor bij trainingen, voorbereiding initiator.

Op sommige skibanen kan je een toelatingsproef afleggen na afspraak via mail naar de docent van de locatie:

Skidôme Terneuzen
maandag—dinsdag: Terneuzen@bfsi.be

Zondal Deurne
Woensdag: Deurne@bfsi.be

Yeti Anderlecht
Vrijdag: Anderlecht@bfsi.be

Skidôme Rucphen
Maandag: Rucphen@bfsi.be

Snowworld Landgraaf
Verschillende dagen mogelijk: Landgraaf@bfsi.be


 
OPLEIDING INTIATOR

1. DOEL
Je schreef je in voor de cursus intiator. Je bent dus ook geslaagd voor de toelatingsproef en je zorgt ervoor dat je het bewijs meebrengt. De cursus bereidt je voor op het lesgeven aan beginnende skiërs. Verder wordt er ook gewerkt aan het verbeteren van je eigen skitechniek en demo’s. Het diploma initiator is de eerste stap van je opleiding binnen BFSI. De volgende stappen zijn instructeur, skileraar en trainer.

2. INHOUD
De cursus bestaat uit 3 onderdelen: een didactisch gedeelte (lesgeven), een skitechnisch (eigen skitechniek en demo’s skiën) en een theoretisch gedeelte. Om je diploma te behalen, moet je slagen voor de drie onderdelen. De cursus wordt afgewerkt gedurende 7 dagen in de bergen of gedurende 4 weekends op een indoor skibaan. Op het einde van deze periode worden de praktische examens afgenomen door twee docenten, d.w.z. didactiek en skitechniek. In principe gebeurt dit op een indoor skibaan. Er wordt van jou verwacht minstens 80% van het praktijkgedeelte aanwezig te zijn en open te staan voor de lessen van de docent . Een theoretisch deel wordt later tijdens een volledig weekend gegeven voor het theoretisch examen.
  • A. Didactisch luik: Gedurende de cursus krijg je zowel en de voor- als in de namiddag les. Het leerplan wordt doorlopen van beginner tot basisparallelbocht. ‘s Avonds worden deze lessen opnieuw doorgenomen. De docent geeft van elk onderwerp een typeles. Je geeft zelf 2 proeflessen waarvan je onmiddellijk feedback krijgt. Op die manier kan je de examenles goed voorbereiden. De examenles wordt geloot op het einde van de cursus. Deze wordt geëvalueerd door twee docenten. Op het einde van de praktijkexamens worden de resultaten meegedeeld met feedback. Je bent geslaagd indien je minstens 50 % behaalt. De lessen zijn: materaalgewenning, afdalen in de hellingslijn, aanleren sneeuwploeg, aanleren ploegbocht, schuin voorwaarts afdalen, zijwaarts afglijden, bergwaarts wenden, elementaire bocht, aanleren basisparallelbocht, basisparallelbocht met aanleren stokinzet, verkorten radius.
  • B. Skitechnisch luik: Dagelijks wordt er tijd besteed aan het bijwerken van je skitechniek, aangevuld met videobesprekingen. Enerzijds worden je parallelbochten verbeterd en anderzijds wordt er gewerkt aan het afwerken van je demo’s op basisniveau. Na een week trainen, moet je tonen dat je de gevraagde technieken beheerst en kan demonstreren. De demo’s worden op de juiste snelheid geskied. De demo’s zijn: vrije afdaling met ritmewissel, parallelbochten met lange radius, bergwaarts wenden, zijwaarts afglijden, ploegbocht, elementaire bocht en basisparallelbocht. Iedere demo mag je tweemaal skiën, de behaalde punten worden samengeteld. Je bent geslaagd indien je minstens 50 % behaalt.
  • C. Theoretisch luik: Na de praktijk volgt er nog een theorieweekend op de sportfaculteit in Leuven. Aanwezigheid is niet verplicht maar wordt toch sterk aangeraden. Hier krijg je nog een aantal vakken waarvan je later een theoretische examen aflegt: fysiologische invloed van het bergklimaat, algemene conditietraining, EHBO, geschiedenis van het skiën, materiaal en uitrusting, skiën voor kinderen, liftgebruik, sneeuwsport en milieu. Methodiek en didactiek worden tijdens de praktijk gegeven, maar moeten voor het examen gekend zijn.

3. EXAMENREGELING
Als de drie onderdelen zijn afgewerkt, krijg je de officiële uitslag. Voor skitechniek, didactiek en theorie moet je telkens minstens 50 % scoren. Indien je geslaagd bent, krijg je het diploma bij het beging van het volgende seizoen. Als je een tekort hebt voor één of meerdere onderdelen, kan je inschrijven voor een herexamen dat binnen de drie jaar afgelegd dient te worden. Als het tekort heel klein is, kan de docent een deliberatie voorstellen, mede op basis van de rest van je cijfers. Voor didactiek kunnen eventueel je proeflessen mee in rekening gebracht worden.

4. TOELATINGSVOORWAARDEN
  • minimum 16 jaar zijn bij het begin van de opleiding
  • een verklaring ondertekenen waarbij de kandidaat bevestigt dat hij/zij medisch geschikt is om de cursus te volgen en skiles te geven
  • slagen in de toelatingsproef afgenomen door BFSI of in het bezit zijn van: Chamois d'argent, fléche vermeil of toelatingsproef VTS
5. PROGRAMMA
  • Theorie: algemene didactiek 2u, kinderski 1u, skigymnastiek 1u, materiaal en uitrusting 2u, EHBO 4u, fysiologie van het hooggebergte 2u, specifieke didactiek en opbouw skileerplan 16u, ski en milieu 1u, geschiedenis van het skiën 1u.  Totaal 30u.
  • Praktijk techniek: analyse en inoefenen van de technieken van de basisschool, persoonlijke techniekverbetering, praktijkexamens. Totaal 50u.
  • Praktijk didactiek: didactische oefeningen betreffende de leerstof.  Totaal 20u.
  • Algemeen totaal: 100u.
6. VRIJSTELLING
  • voor personen die in het bezit zijn van een VTS of ADEPS getuigschrift initiator sneeuw- of kunstpiste, kandidaten die van deze vrijstelling gebruik willen maken melden dit vooraf en tijdig aan Herbert Peeters via herbert.peeters@bfsi.be
  • Licentiaten LO en regenten LO kunnen worden vrijgesteld van de cursus initiator indien zij voldoende scoren in de sporttechnische toelatingsvoorwaarden.  Hiervoor moeten zijn minstens 70% behalen bij de toelatingsproef.  Dit geldt ook voor derdejaarsstudenten LO na voorlegging van een attest van hun schoolinstelling.  Zij kunnen inschrijven voor een cursus instructeur.  Kandidaten die van deze vrijstelling gebruik willen maken melden dit vooraf en tijdig via opleiding@bfsi.be.  Let op: het volgen van een cursus initiator blijft meer garantie bieden op een completere opleiding en vormt een betere basis voor de cursus instructeur.

Het docententeam wenst je succes!
OPLEIDING INSTRUCTEUR

1. DOEL
Je schreef je in voor de cursus instructeur. Je bent dus ook geslaagd voor de opleiding initiator. De cursus bereidt je voor op het lesgeven aan gevorderde skiërs. Verder wordt er ook gewerkt aan het verbeteren van je eigen skitechniek en demo’s. Het diploma instructeur is de tweede stap van je opleiding binnen BFSI. De volgende stappen zijn skileraar en trainer.

2. INHOUD
De cursus bestaat uit 4 onderdelen: een didactisch gedeelte (lesgeven), een skitechnisch (eigen skitechniek en demo’s skiën), een praktisch gedeelte en een theoretisch gedeelte. Om je diploma te behalen, moet je slagen voor de drie onderdelen didactiek, techniek en theorie en moet je stage volbrengen bij een skischool of skireisorganisatie. De cursus wordt afgewerkt gedurende 2 dagen op een indoor skibaan en 5 dagen in de bergen. Op het einde van deze periode in de bergen worden de praktische examens afgenomen door één docent, d.w.z. didactiek en skitechniek. Er wordt van jou verwacht minstens 80% van het praktijkgedeelte aanwezig te zijn en open te staan voor de lessen van de docent . Een theoretisch deel wordt later tijdens een volledig weekend gegeven voor het theoretisch examen.
 
  • A. Didactisch luik: Gedurende de cursus krijg je zowel en de voor- als in de namiddag les. Het leerplan wordt doorlopen van basisparallelbocht tot carven. ‘s Avonds worden deze lessen opnieuw doorgenomen. De docent geeft van elk onderwerp een typeles. Je geeft zelf minstens 1 proefles waarvan je onmiddellijk feedback krijgt. Op die manier kan je de examenles goed voorbereiden. De examenles wordt geloot op het einde van de cursus. Deze wordt geëvalueerd door één docent. Op het einde van de praktijkexamens worden de resultaten meegedeeld met feedback. Je bent geslaagd indien je minstens 50 % behaalt. De lessen zijn: verfijning basisparallelbocht, parallelbocht met angulatie, hockeystop, bochten korte radius (aanleren, verbeteren dissociatie boven/onderlichaam, stuurverfijning), parallelbochten oneffen terrein, carven.
  • B. Skitechnisch luik: Dagelijks wordt er tijd besteed aan het bijwerken van je skitechniek, aangevuld met videobesprekingen. Enerzijds worden je parallelbochten verbeterd en anderzijds wordt er gewerkt aan het afwerken van je demo’s op parallelniveau. Na een week trainen, moet je tonen dat je de gevraagde technieken beheerst en kan demonstreren. De demo’s worden op de juiste snelheid geskied. De demo’s zijn: vrije afdaling met ritmewissel, verfijning basisparallelbocht, parallelbocht met angulatie, carven, bochten korte radius, parallelbochten oneffen terrein. Iedere demo mag je tweemaal skiën, de behaalde punten worden samengeteld. Je bent geslaagd indien je minstens 50 % behaalt.
  • C. Theoretisch luik: Na de praktijk volgt er nog een theorieweekend op de sportfaculteit in Leuven. Aanwezigheid is niet verplicht maar wordt toch sterk aangeraden. Hier krijg je nog een aantal vakken waarvan je later een theoretische examen aflegt: biomechanica, sneeuw –en lawinekunde, sportrecht, secourisme, onderhoud van de ski.
  • D. Praktisch luik: Na de praktijk volgt er nog een praktisch gedeelte. Dit houdt in dat je een stage doet bij een skischool of -organisatie en dat je hierover een verslag en bewijs hiervan indient. In totaal moet je 32 u stage doen waarvan minstens 16 u op niveau instructeur moet les gegeven worden.

3. EXAMENREGELING 
Als de drie onderdelen zijn afgewerkt, krijg je de officiële uitslag. Voor skitechniek, didactiek en theorie moet je telkens minstens 50 % scoren. Je moet ook je stageverslag en –bewijs indienen. Indien je geslaagd bent en je stageverslag en –bewijs is ingediend, krijg je het diploma bij het begin van het volgende seizoen. Als je een tekort hebt voor één of meerdere onderdelen kan je inschrijven voor een herexamen dat binnen de drie jaar dient afgelegd te worden. Als het tekort heel klein is, kan de docent een deliberatie voorstellen, mede op basis van de rest van je cijfers. Voor didactiek kunnen eventueel je proeflessen mee in rekening gebracht worden.  Voor de praktijklessen is een aanwezigheid van 80% vereist.
De stage van 32 uur maakt integraal deel uit van de opleiding instructeur. Deze houdt in dat de kandidaat instructeur in totaal 32 uur stage loopt bij een skischool/skiclub of skiorganisatie. De stage dient voor minimum 50 % of 16 uur gegeven te worden op niveau instructeur. Over deze 32 uur worden door de kankidaat instructeur een verslag geschreven met daarin per uur opgave van: datum, aantal leerlingen, leeftijdscategorie, onderwerp, aanpak, probleem, didactische inbreng en de handtekening van de verantwoordelijke. Er wordt u een voorbeeld afgeleverd van een verslag over 1 uur. U dient de indeling exact over te nemen. Het verslag dient vergezeld te zijn van het stagebewijs dat door de verantwoordelijk van de skischool/skiclub of skiorganisatie wordt opgesteld en ondertekend. Het stageverslag kan indien gewenst verstuurd worden per e-mail : herbert.peeters@BFSI.be . Het stagebewijs moet verstuurd worden per post naar:

Herbert Peeters
Hoge Meerheuvel 13
2960 Brecht

Pas na inlevering van uw stageverslag en -bewijs ontvangt u uw diploma instructeur. Het stageverslag en -bewijs moet binnen de 3 jaar na het gedeelte praktijk ingediend worden op straffe van verval diploma. De cursist overhandigt aan BFSI via mail of post een stageverslag met daarin vermeld: plaats en datum van de gegeven lessen, aangebrachte leerstof en aantal leerlingen, lesmethode, gebruikte aanpak (globaal, analytisch...), eventueel ondervonden moeilijkheden en gevonden oplossingen, evolutie,  naam en adres van de BFSI-docent, club- of reisverantwoordelijke, cursus verantwoordelijke of hoofdskileraar die ondertekend als stagebegeleider. Tevens overhandigt hij een stagebewijs afgetekend door skibaanverantwoordelijke of reisorganisator.

Download stagebewijs 
Download stageverslag 

4. TOELATINGSVOORWAARDEN
  • een verklaring ondertekenen waarbij de kandidaat bevestigt dat hij/zij geschikt is om de cursus te volgen en skiles te geven
  • in het bezit zijn van het getuigschrift initiator BFSI of het getuigschrift initiator VTS op sneeuw of kunstpiste of het getuigschrift initiator ADEPS
  • je moet tenminste 16 jaar zijn bij het begin van de opleiding
Licentiaten LO en regenten LO kunnen worden vrijgesteld van de cursus initiator indien zij voldoende scoren in de sporttechnische toelatingsvoorwaarden. Hiervoor moeten zij minstens 70% behalen bij de toelatingsproef. Dit geldt ook voor derdejaarsstudenten LO na voorlegging van een attest van hun schoolinstelling. Zij kunnen inschrijven voor een cursus instructeur. Kandidaten die van deze vrijstelling gebruik willen maken melden dit via opleiding@bfsi.be.  Let op: het volgen van een cursus initiator blijft meer garantie bieden op een completere opleiding en vormt een betere basis voor de cursus instructeur.

5. PROGRAMMA
  • Theorie: sneeuw- en lawinekunde 3u, biomechanica 3u, onderhoud materiaal 2u, secourisme 2u, sportrecht 2u, specifieke didactiek en opbouw skileerplan 16u.  Totaal: 28u.
  • Praktijk: techniekprogramma instructeur, persoonlijke techniekverbetering en praktijkexamens. Totaal 50u.
  • Toepaste didactiek: didactische oefeningen betreffende de leerstof.  Totaal 20u.
  • Stage 32u.
  • Algemeen totaal: 130u

Het docententeam wenst je succes!
OPLEIDING SKILERAAR

1. DOEL
Je schreef je in voor de cursus skileraar. De cursus skileraar beoogt een dubbel doel. De opleiding bouwt verder aan je didactische capaciteiten als skimonitor. Om deel te nemen aan deze cursus behaalde je minstens reeds het diploma instructeur BFSI of gelijkgeschakeld diploma. (informeer daarvoor het secretariaat) De skileraar bouwt verder op deze opleiding en bereid je voor om een bredere waaier aan skitechnieken aan te leren aan bedreven skiërs op alle terreinen, op snelheid. Naast het aanleren van de leerlijnen, de didactische opbouw, wordt er tijdens de opleiding gewerkt aan het verfijnen en verbeteren van je eigen skitechniek. Daarbij wordt de nadruk gelegd op het kunnen skiën van verschillende bochten op snelheid, op alle terreinen. Het diploma van Skileraar geeft recht op de internationale IVSI - skilerarenpas met jaarzegel.

2. INHOUD 
De cursus bestaat uit vier onderdelen. Een didactisch luik, een skitechnisch en een theoretisch gedeelte. Daarnaast moet je ook een schriftelijk werkje indienen. Om te diplomeren als skileraar moet je geslaagd zijn op alle onderdelen. Het didactisch gedeelte en het skitechnisch gedeelte worden gegeven en geëvalueerd in de bergen. De cursus skileraar wordt enkel op sneeuw georganiseerd omwille van de aard van het pakket techniek. Gedurende een week, van zaterdagmorgend tot vrijdagnamiddag, krijg je les in het hooggebergte. Er wordt van jou als cursist verwacht dat je minstens 80% van deze week actief deelneemt om te mogen deelnemen aan het examen. Op het einde van deze week wordt het examen (het didactisch luik en het skitechnisch deel) op locatie afgenomen door minstens twee BFSI docenten. Het deel theorie wordt in België gegeven voor vertrek en het theoretisch schriftelijk examen wordt na de "praktijkweek" in Leuven afgenomen. Het werkje schrijf je zelfstandig uit en stuur je door voor de afgesproken deadline.  Omdat je zowel voor het didactisch als technische luik buiten de piste gaat skiën, ben je verplicht om te beschikken over bieper, sonde en schop tijdens de volledige duur van de opleiding.  Dit materiaal moet je ook meebrengen op de praktijkdag sneeuw- en lawinekunde.
 
  • A. Didactisch luik: Gedurende de week krijg je zowel in de voor-als namiddag skiles. De opbouw voor elke skitechniek wordt uitgebreid aangebracht en ingeoefend. s' Avonds worden deze theorie opnieuw overlopen en via videobesprekingen wordt je eigen techniek bijgeschaafd. Je krijgt de kans een proefles te geven waar je onmiddellijk feedback op krijgt. Op die manier kan je je goed voorbereiden op de examenles die je moet geven aan de andere cursisten op het einde van de week. Het item dat jij moet geven wordt door een onschuldige hand getrokken.  De examenles wordt geëvalueerd door minstens twee docenten. Op het einde van de cursus wordt je meegedeeld of je al dan niet slaagde voor dit onderdeel. Indien je niet slaagt voor dit onderdeel kan je deelnemen aan een herexamen in het hooggebergte.
  • B. Skitechnisch luik: Na een week intensief trainen toon je aan dat je de gevraagde technieken beheerst en kan demonstreren. De demo's moeten op snelheid worden geskied. De evaluatie gebeurt door minstens twee docenten BFSI. Het resultaat wordt op het einde van de week meegedeeld. Bij een onvoldoende is een herexamen mogelijk in het hoogegbergte. Bij een eventueel herexamen moeten alle demo's opnieuw worden afgelegd, ook diegene waar je voor slaagde.
  • C. Theoretisch luik: Voor je naar de bergen vertrekt worden er twee theoriedagen georganiseerd.  De eerste dag is een praktijkdag rond sneeuw- en lawinekunde.  Deze dag staat in het teken van veiligheid bij skiën buiten de piste.  Eerst wordt het theoretisch luik bekeken, in de namiddag volgt het praktijkgedeelte.  Hiervoor dien je te beschikken over het nodige materiaal: bieper, schop en sonde.  Deze dag is verplicht te volgen. De tweede dag is een theoriedag. Hier krijg je nog een aantal vakken waarvan je later een theoretisch examen aflegt: meteorologie, organisatie van de sport, onderhoud van een wedstrijdski, specifieke didactiek.

3. SCHRIFTELIJK WERKJE
  • Optie 1: Tijdens deze opleiding train je je eigen techniek en verwerf je inzicht in de didactische opbouw. Je krijgt gelegenheid tot oefenen en regelmatig feedback van je docent. Tracht nu in een viertalpagina tellende reflectie je eigen techniek te analyseren. Je kan daarbij gebruik van de video's die werden genomen, maar ook op de opmerkingen van je docent en van je medecursisten. Beschrijf kort waar je sterk in bent, waar zie jij jezelf vol vertrouwen les in geven? Welke fouten maak je nog soms, regelmatig? Waar ligt de oorzaak van deze fouten? Welke oefeningen kan je doen om deze fouten aan te pakken?
  • Optie 2: Je schrijft een persoonlijke bijdrage uit over een onderwerp dat relevant is voor een skileraar. Deze opdracht is ruim en open. Dat is ook zo bedoeld. Jullie hebben als skiër elk een eigen parcour afgelegd dat jullie tot hier bracht. Zo zijn sommige van jullie free-styleskiërs, sommige ervaren tourskiërs, andere hebben een technische bagage die relevant is bij lesgeven...Maak gebruik van je persoonlijke bagage om een bijdrage te leveren die nuttig kan zijn voor skileraren. Dat kan een analyse van een bepaald type bocht zijn, met opbouw en oefeningen. Het kan gaan om de bespreking van nieuwe skiregelementen ingevoerd in de bergen, een pedagogische aanpak die angst bij klanten vermindert, ... De lengte van je werk hangt af van wat je juist aanpakt. Toch moet het minstens 4 bladzijden omvatten.
  • Optie 3: Je organiseert een tourtocht en voert die uit. Daarbij ga je systematisch te werk en beschrijf je alle stappen. Je voegt een weerbericht, lawinerapport van die dag toe en legt uit wat je eruit afleidde. Beschrijf beknopt welke klanten je bijhad, hoe je alles aanpakte, hoe het liep...? Voeg enkele foto's van de tocht toe aan je werkje. Reflecteer kort over deze uitstap. Wat ging goed, wat niet? ...
4. EXAMEN
Bij de examens worden drie onderdelen onderscheiden : theorie, techniek en praktijk didactiek. Om te slagen moet een kandidaat 50% in totaal en 50% per onderdeel scoren. De kandidaten die op een onderdeel minder dan 50 % behaalden, moeten enkel dit onderdeel herkansen. Om toegelaten te worden tot het examen wordt een aanwezigheid van 80% op de praktijklessen vereist (met een maximale afwezigheid van 2 dagen). Herkansingen zijn mogelijk voor theorie, techniek en praktijk didactiek. Herkansingen (didactiek, techniek en/of theorie) dienen binnen de drie jaar na het praktijkgedeelte afgelegd te worden. Herkansingen van theorie zijn steeds schriftelijk en worden afgenomen tijdens een georganiseerd theorie-examen. Na het afleggen van de herkansing praktijk moet ook onmiddellijk de herkansing theorie worden afgelegd. Tijdens het seizoen van de herkansing moet u tevens lid zijn.

5. TOELATINGSVOORWAARDEN
  • een verklaring ondertekenen waarbij de kandidaat bevestigt dat hij/zij medisch geschikt is om de cursus te volgen en skiles te geven
  • in het bezit zijn van het getuigschrift instructeur BFSI
  • Je moet tenminste 16 jaar zijn bij het begin van de opleiding
6. PROGRAMMA
  • theorie: meteorologie 2u, klaarmaken van een wedstrijdski 2u, gebruik maken van audio-visuele hulpmiddelen 1u, organisatie van het skionderricht 1u, specifieke didactiek en opbouw skileerplan 16u.  Totaal 22u.
  • praktijk techniek: van parallel draaien naar wedstrijdtechnieken, alle terreinsoorten, alle sneeuwsoorten, boekelpistentechniek, carvetechniek, praktijkexamens.  Totaal 50u.
  • praktijk sneeuw- en lawinekunde: 6u verplicht te volgen
  • toegepaste didactiek: didactische oefeningen betreffende de leerstof 20u
  • Algemeen totaal: 92u


Het docententeam wenst je succes!
​​OPLEIDING TRAINER 

1. DOEL
De opleiding trainer beoogt een dubbel doel. De opleiding bouwt verder aan je didactische capaciteiten als skimonitor. Om deel te nemen aan deze opleiding behaalde je minstens reeds het diploma skileraar BFSI of gelijkgeschakeld diploma. (informeer daarvoor het secretariaat). De opleiding trainer bouwt verder op deze opleiding en bereid je voor om wedstrijdtechnieken aan te leren aan bedreven skiërs en wedstrijdskiërs. Naast het aanleren van de leerlijnen en de didactische opbouw wordt er tijdens de opleiding gewerkt aan het verfijnen en verbeteren van je eigen slalom– en reuzenslalomtechniek. Daarbij wordt de nadruk gelegd op het kunnen skiën van verschillende bochten op snelheid. Het diploma van trainer geeft recht op de internationale IVSI - skilerarenpas met jaarzegel.

2. INHOUD 
De opleiding bestaat uit twee onderdelen. Een skitechnisch luik en een theoretisch gedeelte. Om te diplomeren als trainer moet je geslaagd zijn op beide onderdelen. Het skitechnisch gedeelte wordt gegeven en geëvalueerd in de bergen. De opleiding trainer wordt enkel op sneeuw georganiseerd omwille van de aard van het pakket techniek. Gedurende een week, van zaterdagmorgend tot vrijdagnamiddag, krijg je les in het hooggebergte. Er wordt van jou als cursist verwacht dat je minstens 80 % van deze week actief deelneemt om te mogen deelnemen aan het examen. Het deel theorie wordt in Leuven gegeven voor vertrek en het theoretisch schriftelijk examen wordt na de "praktijkweek" in Leuven afgenomen.
  • A. Skitechnisch luik:Het skitechnisch luik bestaat uit twee onderdelen : reuzenslalom (RS) en slalom(SL). Tijdens de week wordt hiervoor getraind. Afhandelijk van de weersomstandigheden en de pistecondities wordt tijdens de week ook het examen hiervan afgenomen. Het examen bestaat uit twee afdalingen RS en twee afdalingen SL, waarvan de beste tijd per onderdeel telt. Tijdens deze week wordt het skitechnisch examen op locatie afgenomen door minstens twee BFSI docenten. Het resultaat wordt op het einde van de week meegedeeld. Bij een onvoldoende is een herexamen mogelijk in het hoogegbergte.
  • B. Theoretisch luk: Voor je naar de bergen vertrekt worden er twee theoriedagen georganiseerd in België. Het theoretisch gedeelte bestaat uit volgende onderdelen:
    • Traceren 6u: Hierbij wordt je inzicht gegeven in het plaatsen van reuzenslalom of slalom. De verschillende combinaties van poorten wordt besproken en mogelijke hulpmiddelen die kunnen dienen om je trainingen te optimaliseren.
    • Specifieke conditietraining 5u: Bij de opleiding initiator kreeg je reeds algemene conditietraining. Nu gaan we we al deze facetten uitgebreider bekijken met als doel een trainingsprogramma op te stellen voor je deelnemers.
    • Wedstrijdreglementen en FIS-puntenberekening 2u: Hier behandelen we de theoretische aspecten voor het correct traceren en skiën van een reuzenslalom of slalom. Tevens krijg je de basis voor het berekenen van FIS-punten.
    • Specifieke didactiek 16u: Doel, bewegingsopbouw, aangepaste oefeningen, foutenanalyse... van de tijdens de skiweek aangebrachte technieken worden ook bevraagd tijdens het theoretisch examen.
    • Algemeen totaal: 39u

3. EXAMEN
Bij de examens worden twee onderdelen onderscheiden : theorie en techniek. Om te slagen moet een kandidaat 50% in totaal en 50% per onderdeel scoren. De kandidaten die op een onderdeel minder dan 50 % behaalden, moeten enkel dit onderdeel herkansen. Om toegelaten te worden tot het examen wordt een aanwezigheid van 80% op de praktijklessen vereist (met een maximale afwezigheid van 2 dagen).

4. HEREXAMEN
Herkansingen zijn mogelijk voor theorie en techniek. Herkansingen (techniek en/of theorie) dienen binnen de drie jaar na het praktijkgedeelte afgelegd te worden. Herkansingen van theorie zijn steeds schriftelijk en worden afgenomen tijdens een georganiseerd theorie-examen. Na het afleggen van de herkansing praktijk moet ook onmiddellijk de herkansing theorie worden afgelegd. Tijdens het seizoen van de herkansing moet u tevens lid zijn. Herkansing techniek (RS en of SL) is enkel mogelijk in het hooggebergte en aansluitend bij een opleiding trainer. De aanvraag tot herkansing dient 1 maand vooraf per mail toe te komen bij de opleidingscommissie.

​Het docententeam wenst je succes!
THEORIE

REGLEMENT THEORIE
  • Jaarlijks worden er twee theorieweekends georganiseerd, gevolgd door een theorie-examen. De cursisten hebben de keuze om hun examen af te leggen op het eerstvolgende of daaropvolgende theorie-examen dat na hun praktijkexamen wordt georganiseerd. Indien zij niet gebruik maken van één van de twee data, zullen zij voor het onderdeel theorie worden doorverwezen naar een herexamen.
  • Cursisten die een vrijstelling kunnen bekomen voor één of meerder theorievakken op basis van onderstaande opsomming, dienen dit minstens 1 maand voorafgaand aan het theorie-examen, schriftelijk aan te vragen met de nodige bewijsstukken bij opleiding@bfsi.be.

VRIJSTELLINGEN ​INITIATOR
  • Lichamelijke Opvoeding (L.O.) Bachelor / Master: algemene didactiek, kinderski en algemene conditietraining en EHBO (1)
  • L.O. Bijzondere Leermeester: algemene didactiek en EHBO (1)
  • L.O. Studenten geslaagd 1ste Bachelor (*): algemene didactiek
  • K.M.I.L.O. Onderrichter: algemene didactiek en EHBO (1)
  • K.M.I.L.O. Hulponderrichter: algemene didactiek en EHBO (1)
  • Sportkinesitherapie: algemene didactiek en EHBO (1)
  • Sportgeneeskunde: EHBO (1)
  • Sportverzorger (Syntra Vlaanderen): EHBO (1)
  • Sportfunctionaris: EHBO (1)
  • Kinesitherapie (Bachelor / Master): EHBO (1)
  • Kinesitherapie Studenten geslaagd 1ste Bachelor (*)
  • Geneeskunde (Bachelor / Master): EHBO (1)
  • Tandheelkunde (Bachelor / Master): EHBO (1)
  • Verpleegkunde (diploma A1 + A2 / Bachelor / Master): EHBO (1)
  • Psychologische en Pedagogische wetenschappen: algemene didactiek
  • Pedagogisch bekwaamheidsdiploma (**): algemene didactiek
  • Opleiding Eerstehulpverlening en Dringende geneeskundige hulpverlening (***): EHBO (1)
  • Orthopedagogie (Bachelor): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Ergotherapie (Gegradueerde / Bachelor): EHBO (1)
  • Hoger Redder / Basisredder / Duiker Redder: EHBO (1)
  • Redder aan Zee / Duiker-Hulpverlener / Duiker 4*: EHBO (1)
  • Initiator (/JSB) (andere sporttak) (****): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Instructeur (andere sporttak) (vóór 2002) (****): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Instructeur B (andere sporttak) (vanaf 2002) (****): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Trainer B (andere sporttak) (****): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Trainer A (andere sporttak) (****): algemene didactiek en EHBO (1)
  • Bewegingsanimator (****): EHBO (1)
(1) EHBO : de vrijstelling voor EHBO kan enkel bekomen worden indien de opleiding/bijscholing niet meer dan 5 jaar oud is.

VRIJSTELLINGEN INSTRUCTEUR
  • Lichamelijke Opvoeding (L.O.) Bachelor / Master: Sportrecht
  • Sportfunctionaris: Sportrecht
  • Trainer A (andere sporttak) (****): Sportecht

VRIJSTELLINGEN SKILERAAR EN TRAINER
  • Geen vrijstellingen mogelijk

* = Vrijgesteld in afwachting van het effectief slagen in de opleiding Bachelor Lichamelijke Opvoeding of Kinésitherapie
** = Geaggregeerde voor het kleuteronderwijs, voor het lager onderwijs, voor het secundair onderwijs / Houder van getuigschrift Geïntegreerde Pedagogische Bekwaamheid (GPB)
*** = Brevet Nijverheidshelper (VK), Getuigschrift Basis-EHBO (VK), Getuigschrift EHBO-Jeugd B (VK), Brevet Eerstehulp (RK), Brevet Helper (RK), Brevet Bedrijfseerstehulp (RK), Badge 100 – Ambulancier-Hulpverlener (Dringende geneeskundige hulpverlening, DGH) (FOD) (sommige van deze opleidingen worden door VK of RK verstrekt in erkende opleidingscentra: CBMT, Mensura…)
**** = of geassimileerden:
HEREXAMENS PRAKTIJK – DIDACTIEK EN TECHNIEK

NIVEAU INITIATOR
Indoor: Jaarlijks worden er twee herexamens georganiseerd – periode nov/dec en april/mei. Na de start van je opleiding heb je drie jaar tijd om deze af te ronden. Dit wil zeggen dat je tijdens deze drie jaar aan meerdere herexamens kan deelnemen. Om deel te nemen moet je vooraf inschrijven via de website. Je moet je per onderdeel (techniek of didactiek) apart inschrijven. Je moet ook lid zijn om aan het herexamen te kunnen deelnemen. 1 week voorafgaand aan het herexamen krijg je de planning via mail toegestuurd.
Kostprijs herexamen: 25 EUR per onderdeel.

Buitenland : Een herexamen praktijk in het buitenland is niet mogelijk. Je kan enkel een herexamen indoor afleggen.


NIVEAU INSTRUCTEUR
Indoor : Jaarlijks wordt er één herexamen georganiseerd – periode april/mei. Na de start van je opleiding heb je drie jaar tijd om deze af te ronden. Dit wil zeggen dat je tijdens deze drie jaar aan meerdere herexamens kan deelnemen. Om deel te nemen moet je vooraf inschrijven via de website. Je moet je per onderdeel (techniek of didactiek) apart inschrijven. Je moet ook lid zijn om aan het herexamen te kunnen deelnemen. 1 week voorafgaand aan het herexamen krijg je de planning via mail toegestuurd.
Kostprijs herexamen: 20 EUR per onderdeel

Buitenland : Een herexamen praktijk in het buitenland is enkel mogelijk indien er op dat ogenblik ook een opleiding instructeur doorgaat en het aantal deelnemers aan deze opleiding dit mogelijk maakt. Hiervoor dien je 14 dagen voor de aanvang van de opleiding een mail te sturen aan opleiding@bfsi.be om hiervoor toelating te vragen. Na toelating dien je bij aanvang van de opleiding contact op te nemen met de desbetreffende docent om duidelijke afspraken te maken over je herexamen.
Kostprijs herexamen: 20 EUR per onderdeel


NIVEAU SKILERAAR
Indoor : Er is geen mogelijkheid om een herexamen praktijk indoor af te leggen.

Buitenland : Een herexamen praktijk in het buitenland is enkel mogelijk indien er op dat ogenblik ook een opleiding skileraar doorgaat. Hiervoor dien je 14 dagen voor de aanvang van de opleiding een mail te sturen aan opleiding@bfsi.be om hiervoor toelating te vragen. Na toelating dien je bij aanvang van de opleiding contact op te nemen met de desbetreffende docent om duidelijke afspraken te maken over je herexamen.
Kostprijs herexamen: 20 EUR per onderdeel


NIVEAU TRAINER
Indoor : Er is geen mogelijkheid om een herexamen praktijk indoor af te leggen.

Buitenland : Een herexamen reuzenslalom (RS) of speciaal slalom (SL) in het buitenland is enkel mogelijk indien er op dat ogenblik ook een opleiding trainer of een techniektraining RS / SL doorgaat. Hiervoor dien je 14 dagen voor de aanvang van de opleiding een mail te sturen aan opleiding@bfsi.be om hiervoor toelating te vragen. Na toelating dien je bij aanvang van de opleiding contact op te nemen met de desbetreffende docent om duidelijke afspraken te maken over je herexamen.
Kostprijs herexamen: 20 EUR per onderdeel


HEREXAMENS THEORIE NIVEAU INITITOR / INSTRUCTEUR
Indien je een herexamen theorie hebt, kan je dit afleggen tijdens één van de twee theorie-examens die jaarlijks worden georganiseerd – periode nov/dec en april/mei. Kijk hiervoor op de website/ kalender voor de juiste datum en aanvang uur. Breng steeds je resultaat meer waarop vermeld staat welke onderdelen theorie je moet herkansen.
Het herexamen theorie is gratis


NIVEAU SKILERAAR / TRAINER
Indien je een herexamen theorie hebt, kan je dit enkel afleggen tijdens het theorie-examen dat wordt georganiseerd tijdens de periode april/mei. Kijk hiervoor op de website/ kalender voor de juiste datum en aanvang uur. Breng steeds je resultaat meer waarop vermeld staat welke onderdelen theorie je moet herkansen.
Het herexamen theorie is gratis
ALGEMENE VOORWAARDEN

BETALINGEN: Indien u geen gebruik maakt van het online betalingssysteem dient het saldo van de opleiding voorafgaand aan de start van de opleiding gestort te worden op rekening van BFSI: Fortis 001-2081465-18. In het opleidingsgeld is GEEN skibaangeld, huur materiaal of verzekering inbegrepen. De reissom dient gestort te worden aan de reisorganisatie (NIET AAN BFSI).  U bekomt van de reisorganisatie hierover verdere inlichtingen na inschrijving en betaling van het opleidingsgeld. Voor een opleiding in het binnenland, dient u op de eerste dag van de opleiding ter plaatse het volledige skibaangeld te betalen.

INSCHRIJVINGEN: Inschrijvingen voor een opleiding of training kunnen via Internet (online inschrijven), via mail, via fax of telefonisch op het secretariaat. Een inschrijving is pas definitief na betaling van het opleidings/trainingsgeld!
DE DATUM VAN BETALING GELDT ALS DATUM VAN INSCHRIJVING.

AFZEGGING OPLEIDING: Wanneer een deelnemer afzegt voor een opleiding wordt het betaalde opleidingsgeld NIET teruggestort. Dit betaalde opleidingsgeldgeld kan wel aangewend worden als betaling voor een volgende opleiding of training.

​AFGELASTING OPLEIDING: Wanneer een opleiding wordt afgelast omwille van onvoldoende inschrijvingen wordt het betaalde opleidingsgeld binnen de 14 dagen na de afgelasting volledig teruggestort.